Hallo beste mensen! Normaal schrijven we hier om de twee weken omstebeurt een blogje over wat ons bezighoudt in het leven, hersenspinsels, game recensies, whatever you can think of. Deze week was het mijn beurt, maar gaandeweg de week borrelde er maar weinig inspiratie op. Wat wel opborrelde was maagzuur, iets waar ik eigenlijk nooit last van heb. Zijn mijn gedachten te zuur geworden?

Omdat het proza dus niet wilde vlotten besloot ik me toe te wijden aan wat poëzie. Wij hebben een haat-liefde verhouding. Vroeger vond ik gedichten saai, ik begreep ze ook zelden. Tegenwoordig kan ik van een goed gedicht enorm genieten, vooral als het kunstig geschreven is en veel zegt met weinig woorden. Af en toe schrijf ik zelf ook gedichtjes. Dat zijn meestal hele eenvoudige abab rijmpjes zonder al te veel poespas, maar ik vind het fijn om mijn gedachten af en toe in een net iets andere vorm uit te drukken dan in het doffe universitaire proza wat ik normaal en steeds vaker bezig. 

Daarom heb ik voor dit blog een gedicht geschreven. Ik heb wat inspiratie gehaald uit 1 van mijn favoriete jeugdboekenseries: de Kleine Kapitein

Kwestie van perspectief

Ik vaar over de grote oceaan

De wind in mijn haren, bestemming een land hier ver vandaan

Om mij heen eerst de gevulde leegte van de zee, het eindeloze blauw

Tot zover mijn oog kan kijken.

Vervolgens de stip aan de horizon, een strook groen in zicht

De strook wordt breder, ik onderscheid heuvels, huizen, bomen, elk badend in een gouden licht

We zullen de haven bereiken

Ik neem het land in ogenschouw

 

Het schip meert aan, de kapitein neemt het woord.

“Dappere matrozen, uitgeput van alle ontberingen op zee, kom met mij mee van boord.

Laten wij deze gastvrije mensen, wier domein wij zijn betreden,

Bedanken”.

We knipperen even met onze ogen, maar lopen vervolgens, netjes op 1.5m naar buiten.

We lijken net astronauten in onze plasticen pakken, maar dan met vreemde doch kleurrijke mondmaskers en in onze handen naar alcohol riekende spuiten.

Een enkeling begint zachtjes te janken

Van ongeloof, terwijl het dorpshoofd van de inboorlingen ons nadert met rasse schreden.

 

Ze vraagt de kapitein naar onze komst en ons verhaal.

Tot mijn verbazing spreekt zij onze taal.

De kapitein vertelt dat we komen van ’s werelds andere wang

Ons thuisland ontvlucht vanwege een vreselijke pandemie

We voeren tot we niet meer varen konden, maanden zagen we niets anders dan water en zout

Tot gisteren land in zicht kwam, als een teken van boven, gebaad in licht van goud.

Het dorpshoofd keek ons aan met een mix van medelijden en sympathie.

“Lieverd, je waant je in een nieuw land, maar wees niet bang.

 

Je was al die tijd op weg naar huis.”

 

“Moeder?”

 

Heel veel liefde, gezondheid en knuffels,

Tobias

0